Pier’s Hiem van herberg tot restaurant

Pier’s Hiem bestond al voor 1897, maar kreeg die naam pas na de Tweede Wereldoorlog. Theunis van der Mei werd in 1897 eigenaar van de herberg die toen druk beklant was. Van der Mei was eerder bakker in Beets maar moest om gezondheidsredenen omzien naar wat anders. Dat werd dus de herberg die een verzamelplaats was van boeren die het er van namen na lange werkdagen in de Lege Midden. Voor de herberg stonden kribben met pas gemaaid gras waaraan de paarden zich te goed konden doen.

Oude-foto-Piers-hiem-1920

In 1920 liet Theunis van der Mei een nieuwe herberg bouwen waarvoor zoon Hindrik de eerste steen legde. Die steen is nog steeds prominent aanwezig in het huidige pand. Na verloop van tijd kwam de vervening van Beets op gang. De Beetster veenbazen kregen daarbij steun van machines en bedienend personeel uit Amsterdam. In het weekeinde vermaakten de Amsterdammers zich in de herberg en Van der Mei had er goede klanten aan.

Het was ook de tijd van de grote paardenmarkten in o.a. Beetsterzwaag, Norg, Roden en Zuidlaren. Veedrijvers kwamen langs met soms meer dan honderd paarden die met de staarten aan elkaar gebonden waren en als bestemming boeren op de Fries klei hadden. De herberg was een van de stopplaatsen op weg naar de eindbestemming. De benaming Doorrit Stalling Verlof Café W. TH. Van der Mei was daar niet vreemd aan natuurlijk.

Op 21 december 1925 overleed Theunis van der Mei en zijn vrouw Trijntje Linker-van der Mei bleef achter in het café met haar zonen Wietse en Hindrik. Nadat Hindrik in 1936 trouwde met Martha Huisman uit Tijnje werd de herberg samengevoegd met een boerenbedrijf. Stukje bij beetje werd het bedrijf uitgebreid. Tot die tijd was Hindrik monsternemer en melkcontroleur op de zuivelfabriek in Oldeboorn.

In de Tweede Wereldoorlog speelden zich heftige taferelen af rond het café. Onderduikers waren welkom en geslachte varkens werden bewaard onder matrassen van de bedden. De Duitsers kregen daar lucht van… Met geladen wapens stonden Duitsers bij de voordeur van het café, maar Hindrik had het erf inmiddels verlaten en zijn vrouw Martha wist de militairen op andere gedachten te brengen. Wel werden de fietsen meegenomen.

In 1954 overleed op tragische wijze Wietse van der Mei die tot dan ook een belangrijke rol had gespeeld in het bedrijf. Het was een dieptepunt in het bestaan van de familie. Hindrik en Martha sloegen zich bewonderenswaardig door de moeilijke tijden heen en vonden met hard werken een goed bestaan in het café/annex boerderij. Inmiddels bestond het gezin Van der Mei met de geboorte van Theun (1939) en Jan (1948) uit vier personen.

In de jaren vijftig moet ook de naam Pier’s Hiem bedacht zijn. Het pand moest opnieuw geverfd worden en schilder Johannes Mast vond dat er een nieuwe naam op de waranda moest. Het verhaal wil dat Theun toen met Pier’s Hiem op de proppen kwam aangezien ene Pier eerder eigenaar was van de omliggende landerijen. ”Zetten we dat erop” moet Johannes Mast toen gezegd en gedaan hebben en die naam is tot op heden gehandhaafd.

In de jaren zestig werd het bestaan vooral gevonden in het boerenbedrijf. De paarden werden vervangen door een tractor en de koeien werden machinaal gemolken. Het café werd ’s avonds bezet door boerenarbeiders uit de omgeving en ’s zomers was Pier’s Hiem een pleisterplaats voor fietsende vakantiegangers. Af en toe was er een boelgoed. Dansavonden en toneel zoals in het verleden waren voorgoed verleden tijd.

Op 16 oktober 1981 overleed Hindrik van der Mei, zijn vrouw Martha bleef nog enkele jaren wonen in Pier’s Hiem, maar begin jaren tachtig werd het pand verkocht aan Lippe Lap. Hij restaureerde de voorkant en herbouwde de achterkant. Waar destijds de koeien stonden, zitten nu de gasten. Zo bleef het aanzien van het pand bestaan en vonden nieuwe uitbaters er een bestaan in.